Soms lees, hoor of zie je iets wat je pakt, wat je niet meer loslaat en waarover je gaat malen en broeden. Dat had ik toen ik gisteren een artikel in een bijlage van de NRC las. Ik was me er niet van bewust dat er al een post-it aan de binnenkant van mijn hoofd zat met daarop het woord coöperatie. Toch zat hij daar en hij belandde na het lezen van het artikel in het centrum van mijn belangstelling.
Hoe was die post-it daar gekomen? Op 5 maart 2012 zag ik op televisie een documentaire van Tegenlicht over Mondragón, een Baskische stad waar het woord coöperatie bijna lijkt te zijn uitgevonden. Vrijwel alle bedrijven in deze Spaanse stad zijn een coöperatie. Dat wil dus zeggen dat iedere werknemer tevens mede-eigenaar is van het bedrijf. Iedereen heeft dus stemrecht over de visie, missie en bedrijfsvoering. In slechte tijden leveren alle werknemers een percentage van hun loon in, in goede tijden delen ze allemaal mee in de winst. Ik vind dit een geweldig nieuw kapitalistisch model. Niet de aandeelhouder, maar de werknemer maakt de dienst uit. Zij zijn immers direct betrokken bij het bedrijf en zij vinden het voortbestaan belangrijker dan de koers van de aandelen. Daar moet wat goeds uitkomen!
81.000 Britse werknemers vormen een coöperatie
Gisteren las ik dus een artikel in Ode, een magazine voor intelligente optimisten. Het zat als speciale kwartaalbijlage bij de NRC. Het is een heel lang artikel, waardoor ik niet even een foto of scan kan maken, maar het komt op het volgende neer. In Engeland is al sinds het begin van de twintigste eeuw een groot warenhuis John Lewis Partnership in handen van de werknemers. Het bedrijf doet het goed en de 81.000 werknemers hebben het naar hun zin. Al verschillende generaties werknemers hebben hun werkbare leven aan het bedrijf geschonken en ze voeren met passie hun werk uit. Ik las het en ik vroeg me af hoe mijn school eruit zou zien als het een coöperatie was. Het lijkt me heerlijk als mijn collega's en ik bijzonder betrokken en dus fluitend naar ons werk gaan. Als we het gevoel hebben dat we mogen meedenken over belangrijke beslissingen in plaats van dat ze genomen worden in een ivoren torentje, waar wij als gewoon mens nooit mogen komen. Wat zou de school een fijne plek zijn als iedere collega, vanaf de receptioniste tot de directeur zich extreem verantwoordelijk zou voelen voor zijn of haar school. Hoe zou mijn werkplek er dan uit zien?
Werken met passie
Het ultiem mooie aan coöperaties is dat elke werknemer eigenaar is en zich maximaal verantwoordelijk voelt voor een goede bedrijfsvoering. Iedereen is dus bereid zich voor 100% in te zetten. Waar vind je in Nederland bedrijven waar de werknemers tot het gaatje gaan? Als ik een telefoniste van welk bedrijf dan ook aan de telefoon krijg, dan druipt 9 van de 10 keer de ongeïnteresseerdheid van haar stembanden. Hoe zou ze klinken als ze bijvoorbeeld mede-eigenaar was van Essent of KPN? Hoe gepassioneerd zou je geholpen worden door een ober van een stationsrestauratie, als hij de eigenaar was? Hoe schoon zouden de toiletten op school zijn als de schoonmaakster ze poetste alsof het schoonmaakbedrijf van haarzelf was? Die passie van die werknemers annex mede-eigenaren houdt me bezig. Zo wil ik ook werken en met zulke mensen wil ik heel graag mijn werkweek delen!
Daarnaast vind ik het inspirerend dat werknemers een stem hebben. Ik heb nu regelmatig een ontevreden gevoel, omdat ik dan vind dat er een beslissing genomen is, die de school (lees de studenten) niet ten goede komt. Als de werknemers (lees de docenten, receptionistes, administratief medewerkers en conciërges) mogen meebeslissen, hoe zou de school er dan uitzien?
Brainstormen over een coöperatief reclamebedrijf
Nu begrijp ik heel goed dat mijn school geen coöperatie wordt. Maar mijn leven bestaat uit meer dan school alleen. Een belangrijk deel van mijn werkweek werk ik voor mijzelf als tekstschrijver. Ik voel al langer de wens om met mensen samen te werken en om zo te komen tot gave eindresultaten. Ik wil graag de flow voelen die ontstaat als je samen iets doet. Het maalt en broedt nog in mijn hoofd en ik ben dus nog lang niet uitgedacht, maar misschien is het wel mogelijk om met andere creatieve en commerciële geesten een reclamebedrijf te starten. Niet zo maar een reclamebedrijf, maar een coöperatie, zodat we allemaal directeur-werknemer zijn van ons bedrijf. Doelstelling is dan om elkaar te versterken, uit te dagen en zo samen een geweldig eindproduct voor de klant neer te leggen. Dat is iets wat een zzp'er niet kan, want een webdesigner is geen grafisch vormgever. Een tekstschrijver is geen commerciële man of vrouw en daarom is het zo mooi als je elkaar kunt versterken. Wie helpt me mee met brainstormen over dit idee?
Zoekt u een blogger, columnist of een schrijver voor webteksten, artikelen, persberichten, brochures of folders? Neemt u dan contact op met Marielle van Sleen!
Posts tonen met het label tekstschrijver. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tekstschrijver. Alle posts tonen
zondag 20 mei 2012
Coöperatie: bevlogenheid als kernwaarde
Labels:
bevlogen,
commercieel medewerker,
coöperatie,
coöperatief,
grafisch vormgever,
John Lewis Partnership,
kapitalisme,
Mondragón,
NRC,
Ode,
passie,
reclamebedrijf,
Tegenlicht,
tekstschrijver,
webdesigner
woensdag 11 april 2012
Samenwerken en zelfstandig werken, beide zijn even goed!
Zojuist luisterde ik naar een Ted-Talk van Susan Cain: de kracht van de introverte mens. Zij betoogt dat onze westerse maatschappij een voorkeur heeft voor de extroverte mens en dat de introverte mens daarmee tekort wordt gedaan. Zou de introverte mens meer eigen ruimte opeisen en krijgen, dan zou de introverte mens zijn talenten beter kunnen ontwikkelen. In haar presentatie legt ze een duidelijke link naar het onderwijs: samenwerken is de norm en iedereen moet altijd maar met elkaar in interactie zijn. Zij stelt dat zelfstandig werken net zo gewaardeerd moet worden als samenwerken, omdat bijvoorbeeld uit solitair denkwerk uitstekende ideeën kunnen ontstaan.
Zoals je weet, werk ik als tekstschrijver (introvert) en als docent Nederlands (extrovert). Ik geef les in een hypermodern gebouw. Om op de kosten te besparen zijn twee oudere, al bestaande gebouwen geïntegreerd in de nieuwbouw. In het ene oude deel zitten de directie en de ondersteunende diensten, in het andere wordt lesgegeven. Ik geef daar vaak les en ik vier altijd mijn persoonlijke feestje als ik daar naartoe loop. Het gebouw heeft lange en hoge gangen, het ruikt er naar een school en de lokalen hebben ramen die open kunnen. Wat ik vooral prettig vind, is dat de muren van steen zijn en niet van glas. Maar het toppunt van geluk is dat elk lokaal een deur heeft en die deur kan dicht! Hier voel ik mij op mijn best, hier kan ik werken zoals ik wil werken.
Lang heb ik gedacht dat ik een van de weinigen ben die dit zo voelt. Ik heb zelfs collega's die mij zielig vinden, omdat ik in dat oude gebouw moet lesgeven. Zij doen hun best om ruimtes voor mij te organiseren in de nieuwbouw. Ruimtes die nog het meest lijken op vissenkommen: de wanden zijn (als ze er zijn) van glas en er is geen structuur in de menselijke bewegingen. Als je naar een vissenkom kijkt, dan heb je geen idee welke vis waar thuishoort. Alle vissen zwemmen door elkaar en ze doen wat ze moeten doen. Ik houd van orde en regelmaat. Als ik praat, dan zijn mijn studenten stil. Als ik stil ben en zij moeten oefenen, dan is er voor hen ruimte om te praten. Die ruimte krijgen ze overigens niet altijd, want er zijn veel vaardigheden die je in stilte moet oefenen. Daarnaast beweeg ik door de klas, omdat statisch lesgeven onpraktisch is, terwijl een student met mij overlegt of hij aan de wandel (naar het toilet bijvoorbeeld) mag gaan. Anders ervaar ik de drukte als te druk en daar word ik ongelukkig van.
Toen ik dus naar de presentatie van Susan Cain keek, voelde ik me aangesproken. Ik ben een van die mensen die het recht op solitair zijn moet opeisen. Introvert zijn is geen kwestie van niet sociaal of ongezellig zijn. Mijn introverte kant voelt zich prettig in mijn eigen leefwereld en ik heb doorgaans minder prikkels nodig dan andere mensen. Doorgaans dus, want ik wil hiermee niet zeggen, dat ik de rest van mijn leven in een hut op de heide wil doorbrengen. Maar ik heb recht op een werksituatie waarin ik mijn talenten goed kan ontplooien. Net zoals mijn studenten recht hebben op lessituaties waarin samenwerken en zelfstandig werken evenredig centraal staan. Volgens mij heb ik er weer een uitdaging bij!
Zoals je weet, werk ik als tekstschrijver (introvert) en als docent Nederlands (extrovert). Ik geef les in een hypermodern gebouw. Om op de kosten te besparen zijn twee oudere, al bestaande gebouwen geïntegreerd in de nieuwbouw. In het ene oude deel zitten de directie en de ondersteunende diensten, in het andere wordt lesgegeven. Ik geef daar vaak les en ik vier altijd mijn persoonlijke feestje als ik daar naartoe loop. Het gebouw heeft lange en hoge gangen, het ruikt er naar een school en de lokalen hebben ramen die open kunnen. Wat ik vooral prettig vind, is dat de muren van steen zijn en niet van glas. Maar het toppunt van geluk is dat elk lokaal een deur heeft en die deur kan dicht! Hier voel ik mij op mijn best, hier kan ik werken zoals ik wil werken.
Lang heb ik gedacht dat ik een van de weinigen ben die dit zo voelt. Ik heb zelfs collega's die mij zielig vinden, omdat ik in dat oude gebouw moet lesgeven. Zij doen hun best om ruimtes voor mij te organiseren in de nieuwbouw. Ruimtes die nog het meest lijken op vissenkommen: de wanden zijn (als ze er zijn) van glas en er is geen structuur in de menselijke bewegingen. Als je naar een vissenkom kijkt, dan heb je geen idee welke vis waar thuishoort. Alle vissen zwemmen door elkaar en ze doen wat ze moeten doen. Ik houd van orde en regelmaat. Als ik praat, dan zijn mijn studenten stil. Als ik stil ben en zij moeten oefenen, dan is er voor hen ruimte om te praten. Die ruimte krijgen ze overigens niet altijd, want er zijn veel vaardigheden die je in stilte moet oefenen. Daarnaast beweeg ik door de klas, omdat statisch lesgeven onpraktisch is, terwijl een student met mij overlegt of hij aan de wandel (naar het toilet bijvoorbeeld) mag gaan. Anders ervaar ik de drukte als te druk en daar word ik ongelukkig van.
Toen ik dus naar de presentatie van Susan Cain keek, voelde ik me aangesproken. Ik ben een van die mensen die het recht op solitair zijn moet opeisen. Introvert zijn is geen kwestie van niet sociaal of ongezellig zijn. Mijn introverte kant voelt zich prettig in mijn eigen leefwereld en ik heb doorgaans minder prikkels nodig dan andere mensen. Doorgaans dus, want ik wil hiermee niet zeggen, dat ik de rest van mijn leven in een hut op de heide wil doorbrengen. Maar ik heb recht op een werksituatie waarin ik mijn talenten goed kan ontplooien. Net zoals mijn studenten recht hebben op lessituaties waarin samenwerken en zelfstandig werken evenredig centraal staan. Volgens mij heb ik er weer een uitdaging bij!
Labels:
docent,
extravert,
extraverte,
introvert,
introverte,
klas,
onderwijs,
presentatie,
samenwerken,
school,
student,
studenten,
Susan Cain,
tekstschrijver,
zelfstandig werken
Abonneren op:
Posts (Atom)